21 januari 2012
Op 20 januari was ik te gast op de nieuwjaarsreceptie van de Gentse haven. Zoals elk jaar waren er heel veel aanwezigen. Het officiële gedeelte bestond uit een sofagesprek met Christophe Peeters, schepen bevoegd voor de haven en voorzitter van het Havenbedrijf Gent, Daan Schalck, directeur-generaal van het Havenbedrijf Gent, voogdijminister Hilde Crevits en Roger De Croock, voorzitter van de raad van bestuur van de Vereniging van Gentse Havengebonden Ondernemingen. Daarna was er uiteraard tijd voor een informeel gesprek en een drankje.
Minister Crevits bracht goed nieuws voor de Gentse haven. Op maandag 19 maart 2012 zetten Vlaanderen en Nederland de handtekening onder een volgend akkoord over de planstudiefase voor de nieuwe grote zeesluis in Terneuzen. Daarmee komt de bouw van de sluis opnieuw een stap dichterbij. Deze sluis is van kapitaal belang voor de verdere ontwikkeling van de haven van Gent en voor de groei van de havengebonden ondernemingen, en dus ook voor de tewerkstelling en de welvaart in onze streek. Ik volg dit dossier dan ook van dichtbij op in het Vlaams Parlement.
.jpg)

17 januari 2012
Tussen Kerstdag en Nieuwjaar kondigde minister Lieten de oprichting aan van een Media-academie. De taak van die academie bestaat erin te zorgen voor bijscholing en talentmanagement in de Vlaamse perssector.
De Media-academie kadert in het langverwachte nieuwe model van steun voor de geschreven pers. In het verleden werden de afspraken over die steun vastgelegd in een protocol tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse geschreven perssector. In juni 2010 heeft de minister het laatste protocol, dat dateerde van 2008, opgezegd. Nu is er dus een nieuw model ontwikkeld, in de vorm van de Media-academie.
Ik juich toe dat de Vlaamse regering investeert in de kwaliteit van de journalistiek in Vlaanderen. Toch wil ik ook dit nieuwe model kritisch onder de loep nemen. Daarom stelde ik de minister in de commissie Media van 17 januari de volgende vragen:
1) Om welke redenen heeft u het systeem van opleidingssteun via protocols stopgezet?
2) Wat waren de voornaamste bemerkingen van de koepelverenigingen, de VVJ en de andere stakeholders op het voormalige systeem van steun via protocols?
3) Op welke manier zal het nieuwe model volgens u een verbetering vormen tegenover het voorgaande?
4) In welke mate beantwoordt het nieuwe model aan de visie van de koepelverenigingen, de VVJ en de stakeholders? Op welke punten bent u hen niet gevolgd?
5) Wanneer en op welke manier zal het nieuwe model worden geëvalueerd?
6) U zegt dat u in dialoog wilt treden met de audiovisuele sector, en dus ook met de regionale zenders, om te kijken of de opleidingsondersteuning ook naar hen kan worden uitgebreid. Op welke manier pakt u dat aan? Kan de toegekende financiële steun worden verhoogd indien ook de audiovisuele perssector in het nieuwe model stapt?
Het voorlopige verslag van de behandeling in de commissie vindt u hier.
1 januari 2012
2011 was op vele vlakken een bewogen jaar, ook politiek. Het is aan ons, de politici, om in 2012 opnieuw het vertrouwen van de Vlamingen te winnen.
Laten we ook dit jaar niet vergeten hoe belangrijk het is voldoende tijd te maken voor hen die we liefhebben. Ik wens u en uw dierbaren een jaar van voorspoed en geluk toe!
Hartelijke groeten,
Veli Yüksel

15 december 2011
81,1% van de Gentenaars is fier op zijn stad. Dat blijkt uit de Stadsmonitor 2011, een lijvig document ontwikkeld in opdracht van de Vlaamse regering, waarin de 13 Vlaamse centrumsteden worden vergeleken op basis van zowat 160 indicatoren.
Gent is inderdaad een stad om fier op te zijn, want onze Arteveldestad kan heel wat mooie resultaten voorleggen. Toch zijn er ook verscheidene domeinen waar nog veel werk aan de winkel is. Zo krijgt 42,2% van de Gentenaars regelmatig te maken met geluidsoverlast. 32,2% ondervindt geregeld last van sluikstorten. Ook wat kinderopvang betreft, zijn de cijfers niet rooskleurig: van de kinderen tussen 0 en 3 jaar kan bijna 63% niet terecht in de voorschoolse opvang. Opmerkelijk is ook dat iets minder dan de helft van de Gentenaars zegt vertrouwen te hebben in het stadsbestuur.
Voor iedereen die met stedenbeleid bezig is, is de Stadsmonitor een bijzonder waardevol instrument. De komende weken en maanden zal ik met de minister en mijn collega’s in de commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie het debat voeren over de manier waarop de resultaten zullen worden vertaald in het beleid van de Vlaamse overheid.
Meer informatie over de Stadsmonitor 2011 en de resultaten voor elk van de centrumsteden vindt u hier.
2 december 2011
Op donderdagavond 1 december luisterde CD&V Gent naar de mening en de wensen van de Gentse handelaars in een boeiende gespreksavond met de heer Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van UNIZO.
Ik had het genoegen om de avond en de gastspreker te mogen inleiden. Hieronder vindt u mijn toespraak.
Dames en heren,
Beste handelaars en ondernemers,
Ik heb het genoegen u welkom te heten op deze avond over ondernemen in Gent, georganiseerd door CD&V Gent. Middenstanders klagen en zagen altijd; een middenstander die niet klaagt is per definitie niet goed bezig, luidt het cliché. Maar soms hebben ze gelijk om te klagen, en ik ga u straks een aantal voorbeelden daarvan geven.
Wij willen vanavond vooral luisteren, eerst naar Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van UNIZO, en uiteraard naar u allemaal om samen te bepalen wat we kunnen doen om onze geliefde Arteveldestad nog aantrekkelijker te maken voor onze kleine ondernemers en handelaars.
Een stevig en duurzaam stadsweefsel vereist immers een gezonde middenstand en een goed ondernemersklimaat. De middenstand maakt onze stad economisch welvarend en zorgt ervoor dat Gent een aangename plek is om te wonen en leven, waar je op wandel- of fietsafstand alles vindt wat je nodig hebt.
De ondernemers, en met name de handelaars, vormen ook het uithangbord van onze stad. Ze vormen een essentieel element van de aantrekkingskracht die Gent heeft op shoppers, toeristen en dagjesmensen. Winkels en horecazaken, en we bevinden ons er middenin, zorgen ervoor dat deze mensen graag naar onze stad komen en blijven terugkomen. Vorig jaar waren er bijvoorbeeld 800.000 toeristenovernachtingen. Dat is een stijging van 10 % tegenover 2009. De helft daarvan zijn Belgen en Nederlanders.
Maar de Gentse handelaars-ondernemers hebben het niet altijd onder de markt. Ze worden geconfronteerd met allerlei problemen. Uiteraard is er de zware economische crisis, nu een stadsbestuur kan daar weinig aan doen. Maar wat het bestuur wel kan doen, is ervoor zorgen dat alle noodzakelijke randvoorwaarden worden geschapen opdat u in de beste omstandigheden kunt ondernemen en handel drijven. En die waaier van voorwaarden is zeer breed, van ruimte over bereikbaarheid, veiligheid, fiscaliteit tot administratieve vereenvoudiging.
Dames en heren,
Als we naar onze stad kijken dan zien we dat die voorwaarden lang niet altijd vervuld zijn. Verscheidene grootschalige bouwprojecten blijven aanslepen en zorgen voor allerlei vormen van ongemak: vuil, lawaai, verkeers -en bereikbaarheidsproblemen. Sinds enkele weken is het Project Vrijdagmarkt hervat, nadat het meer dan een jaar stil lag. De communicatie met de handelaars uit de buurt laat veel te wensen over.
Ook het Kobra-project zorgt voor veel overlast. Zo moesten de handelaars van de Donkersteeg zich verenigen om hun straat uit het slop te trekken. Door de Kobrawerken aan beide uiteinden van de straat kan nauwelijks nog iemand de winkelwandelstraat door, wat zorgde voor een aanzienlijk inkomensverlies. Het stadsbestuur deed weinig of niets, waardoor de handelaars zelf het initiatief namen. De handelsdekenij van de Veldstraat gewaagde van ‘prutswerk’ toen de stad zich genoodzaakt zag om een deel van de drukke winkelstraat opnieuw open te breken omdat de stenen van de trambedding in de Veldstraat niet goed aangelegd werden.
Ook bij wegwerkzaamheden wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met de bereikbaarheid van de handelaars. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanleg van fietspaden, zoals de verhoogde fietspaden langs de Antwerpsesteenweg, waarbij parkeerplaatsen zullen sneuvelen. Lokale handelaars sloegen de handen in elkaar om zich hiertegen te verzetten. CD&V Gent is met de betrokken handelaars gaan praten en heeft hun vragen en bezorgdheden aangekaart bij het kabinet van Vlaams minister van mobiliteit Crevits.
Een doordacht parkeerbeleid is uiteraard ook belangrijk om ervoor te zorgen dat de handelaars in de stad voldoende bereikbaar zijn voor hun klanten. Het Gentse stadsbestuur pakte onlangs uit met 15 minuten gratis parkeren, het zogenoemde ‘pistoletkwartiertje’, waar de handelaars al lange tijd vragende partij voor waren. Nu, ere wie ere toekomt, dat is een voorstel dat door CD&V al in 1996 op tafel werd gelegd bij de opmaak van het mobiliteitsplan, maar toen door deze paarse meerderheid werd weggestemd. We zijn als partij uiteraard blij dat onze voorstellen alsnog worden opgepikt door de meerderheid.
Bepaalde delen van onze stad kreunen onder verloedering. Dat is niet alleen het geval in de rand van de stad, zoals in de Brugse Poort of Nieuw Gent, maar ook dichter bij het stadscentrum. De Overpoortstraat bijvoorbeeld kampt met zwerfvuil, wildplakken van affiches en langdurige leegstand van verschillende panden. De Vlaanderenstraat lijdt onder de aanhoudende overlast van de vlakbij gelegen prostitutiebuurt. Handelaars en horeca-uitbaters klagen dat er na zonsondergang een grimmige sfeer heerst, waardoor mensen wegblijven.
Ook op administratief vlak moet aan meer ondernemingsvriendelijkheid worden gewerkt. De gemeente moet snel duidelijkheid geven over het al dan niet verlenen van een bouwvergunning. Ook milieubeleid heeft op lokaal vlak een invloed op ondernemingen. Sinds 2005 is er een maximumtarief ingesteld voor het rioleringstarief, een vergoeding voor de aanleg en het onderhoud van rioleringen. Dit maximumtarief, vastgelegd op 1,4 keer het bovengemeentelijk tarief voor zuivering van het afvalwater, wordt in de meeste gemeenten aangerekend.
Beste handelaars,
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van zaken die mislopen. Uiteraard is het niet allemaal kommer en kwel in onze stad. Maar er is zeker ruimte voor verbetering. En daar willen wij ons als partij hard voor inzetten. Deze avond kadert in de actie ‘De toekomst luistert’. Onze partij wil luisteren naar de mensen en met hen in dialoog gaan om samen de toekomst voor te bereiden. De problemen waarmee we zitten en uitdagingen waarvoor we staan, vragen om creatieve oplossingen.
Ik ben ervan overtuigd dat we hier vanavond samen een aantal oplossingen zullen kunnen aandragen. Uw suggesties zullen we grondig bekijken en uitwerken in ons programma voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012. Op die manier zullen we de kiezer een doordacht en breed gedragen economisch programma voorleggen. Alvast van harte dank voor uw steun.
Ik wil hier ook het bestuur van CD&V Gent bedanken voor het initiatief om handelaars en ondernemers samen te brengen en ook onze bewegingscoördinator Joke bedanken voor de logistieke ondersteuning.
Dan geef ik nu het woord aan onze eminente gastspreker, de gedelegeerd bestuurder van Unizo, Karel Van Eetvelt.
Graag uw applaus.
24 november 2011
“Historisch bekeken zijn de steden een bakermat van creativiteit, van vernieuwing, van verandering. Het tij is echter gekeerd; de glorie is verschraald. Vooral de grote steden worden vandaag geassocieerd met allerlei onheil.” Zo begon de eerste beleidsbrief van Leo Peeters (sp.a), de allereerste Vlaamse minister bevoegd voor Stedelijk Beleid. Vandaag, zestien jaar later, verklaart minister Van den Bossche de glorie terug van weggeweest. Aan het begin van haar nieuwste beleidsbrief stelt ze: “Steden inspireren. Als motors van vernieuwing.”
Wie enkel afgaat op de toon van de beleidsbrieven, zou geneigd zijn te geloven dat onze Vlaamse steden de voorbije jaren onherkenbaar zijn veranderd, en dat het Vlaamse stedenbeleid erin geslaagd is antwoorden te formuleren op de vele kwesties waar stedelingen van wakker liggen. Maar niets is minder waar. De stedelijke problemen als armoede, achterstelling, verloedering en stadsvlucht die Leo Peeters in zijn beleidsbrief analyseert, zijn ook nu nog aan de orde. Het beleid van de voorbije jaren heeft blijkbaar weinig zoden aan de dijk gezet.
Gebrek aan visie
Ook minister Van den Bossche slaagt er niet in een vuist te maken. Nochtans geeft haar voorgeschiedenis in de Gentse politiek haar een voetje voor op haar voorgangers (Peeters, Sauwens, Van Grembergen en Keulen), die geen van allen uit een stad afkomstig zijn. Haar beleidsbrieven lezen echter als een litanie van ‘opvolgen’, ‘ondersteunen’ en ‘meewerken’. Ze bouwt voort op bestaande initiatieven maar zet zelf geen nieuwe bakens uit. We staan mijlenver af van het beginsel uit de eerste nieuwsbrief van Peeters: “De minister bevoegd voor stedelijk beleid staat in voor de samenhang van de gevoerde acties. Het initiatiefrecht berust bij de minister voor stedelijk beleid.”
Door een gebrek aan visie is het Vlaamse stedenbeleid in de loop der jaren verengd tot een debat over centen: hoe wordt het Vlaamse geld van het Stedenfonds (voor 2012 zowat 137 miljoen euro) verdeeld over de 13 centrumsteden en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) in Brussel? Omdat steden geen eilanden zijn en het beleid in de steden zich ook daarbuiten laat voelen, is de sfeer van ‘concurrentie’ die ook nu nog heerst tussen steden en landelijke gemeenten kortzichtig en contraproductief. De landelijke gemeenten zijn vaak van oordeel dat er te veel Vlaams geld naar de steden gaat, maar vergeten daarbij dat ook zij belang hebben bij een doeltreffend en duurzaam stedenbeleid. Een bruisende stad maakt bijvoorbeeld ook de omliggende gemeenten aantrekkelijker. Beide partijen moeten streven naar samenwerking, en ook daar is een belangrijke rol weggelegd voor de minister van Steden.
Integraal beleid
Het idee van een ‘horizontaal’ of ‘integraal’ stedenbeleid is niet nieuw. Het duikt al jarenlang op in allerlei Vlaamse beleidsdocumenten. In de praktijk blijft het tot op vandaag echter grotendeels dode letter. Opvallend is dat de eerste Vlaamse minister voor Steden, Leo Peeters, wel zeer resoluut de kaart trok van een integraal stedenbeleid, in die mate zelfs dat hij ervoor pleitte dat het niet zou ingesloten worden in een apart beleidsdomein. Peeters was niet bang om collega’s voor de voeten te lopen, legde voor tal van andere Vlaamse bevoegdheidsdomeinen, gaande van arbeid over huisvesting tot cultuur en toerisme, de doorsneden met het stedenbeleid bloot en deed ook op die gebieden beleidsvoorstellen.
Minister Van den Bossche schuift de ‘integralisering’ van het stedenbeleid wel naar voor maar blijft steeds bijzonder op de vlakte. Van het voornemen om de beleidsdocumenten van haar collega’s te toetsen op ‘stadsgevoeligheid’ is vooralsnog weinig in huis gekomen. Van een echte horizontale benadering, zoals bijvoorbeeld minister Vandeurzen dat doet voor Welzijn, is helaas geen sprake.
In Vlaanderen wonen vandaag meer dan 1,5 miljoen mensen in een grootstad of in een centrumstad. Dat is bijna een kwart van de Vlaamse bevolking. De verstedelijking in Vlaanderen blijft toenemen. Vlaanderen kent een aanhoudende suburbanisatiedruk met een toenemende verstedelijking van het platteland als gevolg, zo zegt ook de studiedienst van de Vlaamse regering. Zeker naar internationale maatstaven kan Vlaanderen beschouwd worden als een dicht netwerk van vele stedelijke centra.
Onze Vlaamse steden worden geconfronteerd met enorme uitdagingen die de leefbaarheid in die steden onder druk zetten. Het is dan ook hoog tijd dat beleidsmakers in Vlaanderen hun provincialistische kijk vervangen door een vrije, creatieve en stedelijke blik op Vlaanderen. Er moet een duidelijke langetermijnvisie worden ontwikkeld, een geïntegreerd Vlaams Stedenbeleidsplan dat alle bevoegdheidsdomeinen beslaat.
Het Vlaamse Parlement trekt nauwelijks aan de kar. Het telt maar weinig leden met bestuurservaring in een grote stad, en de enkelen die er zetelen, leggen hun gewicht niet in de schaal. Ik zet me reeds twee jaar in om de stad op de politieke agenda te plaatsen, maar tot mijn grote verbazing moet ik vaststellen dat deze kwestie de collega’s uit andere partijen maar weinig beroert. Daarom roep ik mijn collega-stedelingen in het parlement op om samen een ambitieus toekomstverhaal voor de steden te schrijven.
Voor alle duidelijkheid; ik vraag niet om meer geld, maar om een breed gedragen visie over de stad van de toekomst. De politieke partijen moeten van de stedelijke uitdagingen en het stedenbeleid dringend een speerpunt maken. Anders hebben we straks geen antwoord op de problemen van de stad van morgen. We moeten daarbij steeds het volgende uitgangspunt voor ogen houden: enkel als het goed gaat met de Vlaamse Steden, gaat het goed met Vlaanderen!
7 november 2011
De nieuwe maatregel van het Huurgarantiefonds werd recent aangekondigd door Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie Freya Van den Bossche. Als promotor stedenbeleid en vast lid van de commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie, kan ik mij vinden in de geest van dit initiatief maar stel ik mij vragen bij de praktische en financiële aspecten.
Het Huurgarantiefonds zal tussenkomen bij de achterstand van huurbetalingen. De bedoeling van het fonds is tweeërlei. Enerzijds moet het verhuurders beter beschermen tegen wanbetalers. Anderzijds krijgt de huurder die zijn huur niet meer kan betalen, wat meer ademruimte. Wanneer de vrederechter hem respijt geeft, zal dat fonds namelijk tot twaalf maanden huur uitbetalen.
Ik stel mij vragen bij de financiële haalbaarheid van dit initiatief. De Vlaamse regering maakt anderhalf miljoen euro vrij. Verhuurders kunnen vrijwillig in het fonds stappen door een kleine bijdrage (wellicht 50 tot 100 euro) per huurcontract te storten. De minister hoopt daarmee nog eens vijfhonderdduizend euro binnen te halen. Dat brengt het totaal op twee miljoen euro.
Twee miljoen euro is veel te weinig om de doelstelling van het initiatief te vervullen. Jaarlijks moeten er in Vlaanderen 12000 mensen voor de vrederechter verschijnen omdat ze hun huur niet kunnen betalen. Bijna 3500 huurders worden effectief uit hun huis gezet. Van den Bossche maakt zich sterk dat het fonds tot één jaar huurachterstand zal betalen. Als we het beschikbare geld delen door het aantal ‘probleemdossiers’ – en we beperken ons daarbij tot de uithuiszettingen –, dan is er voor elk dossier 571 euro beschikbaar. Goed voor één maand huur, in het beste geval voor twee. Met andere woorden: na twee maanden is de pot op en kan het fonds opgedoekt worden.
In de plenaire vergadering van woensdag 19 oktober vroeg ik minister Van den Bossche om verduidelijking bij de financiële kant van dit plan. In haar antwoord zei de minister dat ze indien nodig het fonds bijkomend zal spijzen met extra geld uit de eigen middelen. Ik hou mijn hart vast. Dit garantiefonds dreigt heel veel geld te kosten. Ik wil er dan ook op hameren dat we de doelgroep van deze maatregel zeer strikt moeten bepalen. Het kan niet de bedoeling zijn dat we wanbetalers belonen met belastinggeld. Ook moeten we durven overwegen om slechts een deel van de huur te betalen of om de maatregel in de tijd te beperken tot maximaal zes maanden huurachterstand.
Over de praktische uitwerking van het Huurgarantiefonds bestaat nog veel onduidelijkheid. Het is bijzonder belangrijk dat de minister alle belanghebbenden betrekt. Uit contacten met het Algemeen Eigenaars- en Mede-Eigenaars Syndicaat blijkt immers dat de eigenaars vragende partij zijn voor het fonds, maar graag nauwer willen betrokken worden bij de modaliteiten van de tenuitvoerlegging. Zijn er al afspraken gemaakt met de vrederechters, die in dezen een cruciale rol zullen spelen? Ik zie dit fonds op 1 januari 2012 niet operationeel worden. Dit is weer een voorbeeld van de aankondigingspolitiek van minister Van den Bossche.
Mijn besluit? Alleen door een breed overleg kan een evenwichtige en haalbare formule worden uitgewerkt. In deze economisch en budgettair moeilijke tijden moeten we keuzes durven maken opdat deze maatregel geen vrijgeleide wordt voor wanbetalers en we zo veel mogelijk mensen kunnen helpen die het nodig hebben.
26 oktober 2011
Vlaams minister-president Kris Peeters heeft vandaag 150.000 euro vrijgemaakt voor dringende noodhulp aan de slachtoffers van de aardbeving in Turkije. Die aardbeving heeft in het oosten van het land aan bijna vijfhonderd mensen het leven gekost. Er vielen ook meer dan duizend gewonden, en tienduizenden mensen zijn dakloos. Ik vroeg de minister-president in de plenaire vergadering van het parlement hoe, op welke termijn en via welke kanalen het geld zal worden besteed.
Hoewel er geen officiële vraag was van de Turkse autoriteiten, nam Peeters op eigen initiatief contact op met verantwoordelijken van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan. Die gaven aan dat er op korte termijn nood is aan meer dan 10 miljoen euro voor dringende hulp. Er is een groot tekort aan wintertenten, dekens en slaapzakken. Sinds zondag brengen immers heel wat mensen de nacht buiten door in de vrieskou. De meteorologen voorspellen nog meer slecht weer voor de komende dagen.
Ik vind het een goed signaal dat de minister-president zelf het initiatief genomen heeft om de getroffen Turkse families ter hulp te schieten. Turkije is een bevriende natie. Vlaanderen onderhoudt goede relaties met het land. We konden niet aan de zijlijn blijven staan nu zoveel mensen door natuurgeweld zijn getroffen.
Turkije valt niet onder het Vlaamse kaderdecreet inzake ontwikkelingssamenwerking, maar de minister-president zocht en vond een andere manier om geld vrij te maken. Hij zal op zeer korte termijn 150.000 euro ter beschikking stellen van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan en zal er persoonlijk op toezien dat dit geld goed wordt besteed. Bovendien suggereerde hij om na te gaan of het kaderdecreet niet moet worden aangepast opdat ook andere landen, zoals Turkije, eronder kunnen vallen.
24 oktober 2011
Elke natuurramp treft mensen hard. CD&V leeft mee met de slachtoffers van de aardbeving in Turkije.
Onverwacht worden gezinnen en economie getroffen. Onaangekondigd verliezen mensen familieliden, vrienden of naasten. Daarnaast is er de materiele en economische schade niet te overzien.
CD&V wil solidair zijn met de getroffen Turkse families, hier en in Turkije, en biedt haar oprechte deelneming aan de nabestaanden aan.
Als de Turkse autoriteiten bijstand van de EU vragen, zal CD&V deze vraag zeker steunen.
Cindy Franssen, ondervoorzitter van CD&V
Veli Yüksel, Vlaams Volksvertegenwoordiger voor CD&V
11 oktober 2011
De informatieavond ‘Kleur in de Zorg’ op maandag 10 oktober was een succes! Hieronder vindt u mijn openingsspeech.
Dames en heren,
Ik heet u allen van harte welkom op deze informatieavond met als onderwerp "kleur in de zorg". Dit is geen ‘eigen volk eerst’ verhaal, integendeel. Zoals u straks zult kunnen vaststellen, is het onze bedoeling om verborgen talent aan te trekken voor de zorgsector. Die sector is aan het groeien, want tegen 2015 zijn 60.000 extra arbeidskrachten nodig. Dat is een gigantisch cijfer, zeker in deze tijden van economische recessie en crisis.
De vraag is natuurlijk hoe we die 60.000 vacatures kunnen invullen. Welke overheidsinitiatieven zijn nodig omdat mogelijk te maken? Welke rol zal de sector zélf moeten spelen? Ik hoop samen met u dat we aan het eind van deze avond het antwoord op al deze vragen zullen krijgen.
Dames en heren, zoals de titel laat vermoeden, willen we vooral ingaan op de plaats van allochtonen in de zorgsector. Een eenvoudige rondvraag leert dat er in onze ziekenhuizen en rusthuizen nog veel te weinig artsen, verpleegkundigen en verzorgenden van allochtone origine werken. Exacte cijfers zijn er niet, maar een ding kunnen we met zekerheid stellen: er zijn er veel te weinig, en daardoor vallen ze nog altijd des te meer op.
De migratie vanuit Turkije, Marokko en andere landen naar Vlaanderen kwam 50 jaar geleden op gang. We zijn een halve eeuw en 3 generaties verder. Ook de allochtone gemeenschap vergrijst. Allochtonen van de eerste generatie bereiken de leeftijd waarop ze meer en meer verzorging nodig hebben en komen terecht in ziekenhuizen en woonzorgcentra. Dit stelt specifieke problemen en vereist onze aandacht.
Daarom is het wenselijk dat allochtone zorgverleners, of het nu gaat om dokters, verpleegkundigen of verzorgenden, een volwaardige plaats krijgen in de zorgsector. Ik kan u alvast zeggen dat deze doelgroep als een belangrijke schakel wordt gezien om heel wat van die 60.000 vacatures in te vullen.
Sta me toe kort het verdere verloop van deze informatieavond uit te leggen:
Eerst zal minister Jo Vandeurzen zijn actieplan ‘Werk maken van werk in de zorgsector’ uit de doeken doen en vertellen wat hij wil bereiken en hoe daarbij specifieke aandacht wordt besteed aan mensen van allochtone afkomst.
Vervolgens gaan we in gesprek met drie rolmodellen, drie dames die hun strepen hebben verdiend in de zorgsector.
Daarna zal Vlaams volksvertegenwoordiger Tom Dehaene, voorzitter van de commissie Welzijn van het Vlaams parlement, het met Geert Polfliet hebben over de meerwaarde van allochtone medewerkers in de zorgsector. De heer Polfliet is directeur van het Woon- en Zorgcentrum Ter Hovingen in Gentbrugge.
Tenslotte zal mevrouw Leen Verstraeten van Familiehulp uitleg geven over de inhoud van de opleiding en ons wegwijs maken in de verschillende vormingstrajecten die worden aangeboden.
Uiteraard wordt er aan het eind van de avond ook tijd vrijgemaakt voor vragen.
En wanneer iedereen aan het woord is geweest, nodig ik u graag uit om iets te drinken en de avond op een meer informele manier af te ronden.
Vanavond is de minister hier bij ons om zijn actieplan ‘Werk maken van werk in de zorgsector’ voor te stellen. Hij verleent ons in zekere zin een primeur, want dit is de eerste maal dat hij met dit plan ‘de boer op gaat’ bij een overwegend allochtoon publiek. Ik wil hem er graag heel hartelijk voor bedanken.

|
|